www.jemagalles.nl

Beroemde Nederlanders

^ < >

Aletta Jacobs: waar een wil is, is een weg.

Jeugd

In haar autobiografie 'Herinneringen' schrijft Aletta Henriëtte Jacobs (1854-1929) met veel liefde over haar ouderlijk huis. Ze was de achtste in een rij van elf kinderen. Haar moeder, Anna Jacobs-De Jong, deed het huishouden zonder extra hulp. In die tijd was dat heel wat meer werk dan tegenwoordig. Moeder bakte zelf het brood, maakte boter en kaas, zorgde voor de inmaak, pekelde het vlees, spon en naaide en verstelde de kleren. 's Avonds hielp ze haar man met het klaarmaken van de medicijnen. Aletta's vader, Abraham Jacobs, huisarts in Sappemeer, had ondanks zijn drukke praktijk veel aandacht voor de kinderen. De kinderkamer -het grootste vertrek van het huis- deed dagelijks dienst als gymnastieklokaal. Onder vaders leiding deden de kinderen oefeningen. Er stond een stevige tafel en er kon niks kapot zodat ze er naar hartelust konden ravotten.

Gedurende de wintermaanden verzamelde vader tijdens de avondschemering de kleintjes rond het openhaardvuur. Ze luisterden dan naar verhalen uit het leven van beroemde mannen of vrouwen of uit een of ander geschiedkundig tijdperk. Maar eerst moesten ze, om beurten, vertellen wat ze de vorige avond hadden gehoord. Een stok achter de deur om alles exact te onthouden zal dat niet geweest zijn. Wellicht was het om te horen of hij met de manier van vertellen de juiste toon had getroffen.

Vanaf haar zesde jaar was het voor Aletta duidelijk dat ze net als haar vader en net als haar oudste broer Julius dokter wilde worden. Dat zoiets voor een meisje in die tijd zo goed als onmogelijk was kwam niet bij haar op. Jongens en meisjes kregen in het gezin Jacobs een volkomen gelijkwaardige behandeling. Ze kregen hetzelfde zakgeld en hadden vergelijkbare plichten. Konden de jongens een cent verdienen met houthakken of schoenenpoetsen, de meisjes deden dat met breien, naaien of mazen.

Aletta was heel tevreden met de dorpsschool waar ze met de andere jongens en meisjes heen ging. Anders dan op de 'standenschool' zaten daar kinderen van notabelen zo goed als arbeidersjeugd bij elkaar in de klas. Haar buurmeisje van de schoolbanken was een weeskind uit het armenhuis en net als Aletta erg intelligent. Voor haar was de schoolloopbaan met twaalf jaar afgelopen en begon een leven als dienstmeid. Zo werd Aletta op de sociale onrechtvaardigheid gedrukt -ze realiseerde het zich later pas- die aan vrouwen geen verdere opleidingsmogelijkheden bood.

Op een avond zat haar vader te praten met Dr. L. Ali Cohen. Even later werd de veertienjarige Aletta binnengeroepen '...of ze haar taal schriften wilde laten zien'. Sinds ze van school af was en in het huishouden hielp gaf haar moeder haar Duitse en Franse les. Ze maakte daarbij zulke goede vorderingen dat ze na korte tijd het liefst al lezende in een Duits boek stof afnam. Dr. Cohen sprak zijn bewondering uit over het fraaie taalwerk dat hij te zien kreeg. Voor Aletta was dat de druppel die de emmer deed overlopen. Ze greep het schrift, scheurde het in stukken en riep snikkend uit dat het allemaal geen zin had. 'Ik mag toch niks worden, omdat ik een meisje ben.' Moeder kwam tussenbeide, bracht haar de kamer uit en zei tot haar man: 'Nu woon je zelf eens zo'n ongemotiveerde driftbui bij. Er is met dat kind niets te beginnen.' Aletta vluchtte naar boven. Moeder was boos op dat kind dat uit luiigheid allerlei malle fratsen verzon om het huishouden niet te hoeven doen. En vader toonde -als altijd- begrip voor zijn lieveling. Hij begon zijn dochter met hulp van Julius Grieks en Latijn te leren. Langzaamaan tekende zich een weg af waardoor Aletta's wens om dokter te worden in vervulling kon gaan. Ze werd als
>


^ < >

tekst, concept en werkwijze: Luc Ambagts
Beroemde Nederlanders
- een historisch onderdeel van jemagalles.nl -