Aletta Jacobs: waar een wil is, is een weg.
Studie
Ze werd als toehoorster toegelaten op de H.B.S. Bij haar broer Sam in
Arnhem bereidde ze zich voor op het examen van
leerlingapotheker. ('Als ik maar niets van die onzin merk,'
moet hij gezegd hebben toen hij van Aletta's eigenlijke
plannen hoorde.) Ze werd na haar eigenhandig geschreven
verzoek aan minister Thorbecke toegelaten op de universiteit
in Groningen. In april 1874 slaagde ze voor het
kandidaatsexamen. Het doctoraal volgde in 1876 en het laatste
deel van het artsen examen in 1878. Gebruik makend van een
overgangsregeling kon ze op 8 maart 1879 bij prof. Kooyker
promoveren op een dissertatie over 'localisatie van
physiologische en pathologische verschijnselen in de grote
hersenen'. De weg werd niet zo vlot afgelegd als ze hier
beschreven staat. Verschillende keren was ze ernstig ziek en
twijfelde ze aan het succes van de hele onderneming. Een
onderneming waarvan het bijzondere pas langzaam tot haar
doordrong. Op de H.B.S. zat ze nog bij dezelfde jongens in de
klas als op de lagere school. Op de universiteit werd ze door
haar broer Julius geïntroduceerd die daar als assistent
werkte. Van een bijzondere behandeling daar -ze kreeg
bijvoorbeeld een apart kamertje om zich in de pauzes terug te
kunnen trekken- wilde ze niets weten.
Het waren veelal de mensen die niet direct met de situatie te
maken hadden die er op afgaven. Een Utrechtse student
'Theodoor' schreef een honend stuk. In de kranten kwam veel
negatief commentaar op deze vrouw 'die waarschijnlijk om aan
een man te komen wilde gaan studeren en zich juist om op te
vallen zo onopvallend kleedde'. Aletta merkte bij het tweede
deel van het artsenexamen in Utrecht directe tegenwerking van
enige hoogleraren. In het algemeen echter stelde iedereen in
haar directe studie-omgeving zich welwillend op. Prof.
Salverda was er van overtuigd dat '... na niet langen tijd het
aanvankelijk vreemde van de toestand geheel zal zijn
overwonnen.' Hij kreeg gelijk. Aan het eind van haar studie
gekomen besefte Aletta Jacobs dat ze met het volgen van haar
eenvoudige en vanzelfsprekende wens de weg naar de
universiteit voor de vrouwen had opengelegd. Het zou niet haar
laatste verdienste zijn.
>
|