www.jemagalles.nl

Beroemde Nederlanders

^ < >

Charley Toorop, de schilderes van het zwijgen

Werkkracht en onrust

In het begin van de dertiger jaren ontbrandde in de Nederlandse literatuur de discussie rond 'vorm' of 'vent'; de vraag of kunst vooral te maken had met verfijnde vorm, óf dat de intensief levende persoonlijkheid van de kunstenaar van meer belang is. Het werk van Charley Toorop werd in het eerste nummer van 'Forum' besproken. 'In dit land van schilders is nog altijd aan talenten geen gebrek. Maar er is een verontrustend gebrek aan karakter; aan levenskernen; aan noodzaak van scheppen. ...(Charley Toorop) geeft een schilderkunst die de dingen van het leven noemt, zonder franje, zonder ophef, noch tragisch van nadruk, noch elegisch van voordracht. Zij brengt de beelden van het harde leven, dat niet enkel schoonheid is.'

Na de scheiding van Henk Fernhout had ze zich steeds krachtiger op de kunst gericht. Ze trok in bij een kunstenaars commune in Amsterdam. Ze ging naar Parijs om op straat en in cafés te schilderen. Ze werkte in de Borinage om de sfeer van Van Gogh aan den lijve te voelen. Ze schilderde patiënten in een psychiatrische inrichting. Ze werkte mee in 'De Filmliga' om film als kunstvorm geaccepteerd te krijgen. Het tijdschrift i10 ondersteunde ze financieel. Ze was een van de initiatiefnemers voor een vereniging om jonge schilders, beeldhouwers en architecten bij elkaar te brengen. Daarnaast was ze voortdurend in de weer -niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen- om tentoonstellingen te organiseren en om te proberen schilderijen te verkopen. Voor Mondriaan organiseerde ze voordrachten en een concert met de bedoeling geld over te houden om voor een museum een schilderij van hem te kunnen kopen. Ook het werk van de architecten Rietveld en Oud bracht ze onder de aandacht van anderen. Haar oudste zoon Edgar, die ook kunstschilder werd had wel te leiden onder haar al te opdringerige regelzucht. De jaren werden gekenmerkt door een grote werkkracht, maar ook door een grote onrust. In de stad lokte de natuur. Thuis in Bergen lokte de grote stad.

Een vast punt bij al die onrust waren de zomers op Walcheren. Niet zozeer het mondaine Domburg, waar ze met haar vader vaak geweest was, maar Westkapelle, '...het dorp van dijkenbouwers ... het grote weerstaan van de zee, storm en wind, verwant aan basalt.'

In 1924 had ze daar een korte maar hevige relatie met de dichter Marsman. ' ... ik houd meer van de rauwere dingen en de meer directe uit je bundel,'. Zijn gedicht 'de laatste nacht' is te zien als een afscheid van Charley : 'o! mijn God, om het lieflijke land,/ waar de lelie van haar gezicht/ sliep in de schaûw van mijn hand'. Haar relatie met Arthur Lehning, later in Amsterdam was langduriger, maar hield uiteindelijk ook geen stand. 'Als je werkelijk je als vrouw wilt geven en als moeder -heelemaal-, zou je onmogelijk eigen creatief werk kunnen maken.'

Een ander vast punt was het huis 'De Vlerken' dat haar vader in 1921 voor haar in Bergen liet bouwen en waar ze haar atelier had. Dat was de plek waar ze haar vrienden om zich heen groepeerde, waar ze concerten en voordrachten organiseerde. Het was de plek waar ze in de door haar gevormde orde kon schilderen en ook de plek waar ze zong. ' ... er was iets machtigs in (haar stem), iets dat uit een diepte en een verte kwam, een brede hartstochtelijke rust was in de stroom van het geluid. ... Als zij zong kwam een kant van haar wezen open, die ons anders verborgen was.' (Hammacher)
>


^ < >

tekst, concept en werkwijze: Luc Ambagts
Beroemde Nederlanders
- een historisch onderdeel van jemagalles.nl -