Landleren - Basic School - Kindertijd redden - Contact |
|
(Zie voor de originele duitse tekst: Rettung der Kindheit)
Het redden van de kindertijd Op aarde is de natuur in gevaar. Planten en dieren sterven uit, iedereen spreekt over het klimaat. Maar er is ook nog iets anders in gevaar: de kindertijd. In alle landen van de wereld neemt de druk op de kinderen toe: steeds vroeger naar school, door de staat vastgesteld curriculum voor de eerste 10 levensjaren, vanaf drie jaar leren lezen, intellectualistische lessen, een aanscherping van de concurrentie tussen de kinderen, examens, gebrek aan lichaamsbeweging, geen kunst, geen spel. Thuis: uiteenvallende gezinnen, door stress uitgeputte ouders, werkloosheid, armoede, kinderen alleen voor het beeldscherm, computer-gokhallen thuis. Ook de kinderen van de rijken zijn arm! Laten we doen wat nodig is voor het behoud van de kindertijd! Laten we onze kinderen ten minste 10 jaar kindertijd geven. Alleen dan zullen zij als volwassenen genoeg fantasiekrachten hebben om het leven op aarde nieuw en beter vorm te geven dan wij. Want het gaat om de aarde, om de jeugd-krachten van de aarde. "School" moet opnieuw uitgedacht worden! Een school, waarin de kinderen zo kunnen leven, spelen en werken, dat hun natuurlijke verbeeldingskracht kan worden omgezet in creatieve fantasie. Waar ze kunnen leven zonder stress en angst, zodat ze bij het leren gelukkig zijn en gezond worden. 1. Bedreiging van de kindertijd door de school De beschaving, die zich vanuit West-Europa in de laatste paar eeuwen over de hele mensheid verbreid heeft, is op zich kindonvriendelijk. Het leven in de steden laat dit in alle scherpte zien: alle gaan en staan van een kind zonder toezicht is uiterst gevaarlijk. Spelen is verboden. De maat van alle dingen is de vrije individuele zelfverwerkelijking van volwassen mensen met betrekking tot de materiële omstandigheden van het leven op aarde. Jeugd en ouderdom zijn niets meer dan vervelende, onvermijdelijke randverschijnselen. De kindertijd moet nuttig gemaakt worden. Bij de eerste tekenen van een voorstellingsvermogen van het kind grijpt de staat in: Leerplicht! Wereldwijd is er een tendens om de leerplicht steeds meer te vervroegen. Het economische kosten-baten-denken stuurt het onderwijsproces, zowel organisatorisch als inhoudelijk. In de meeste landen van de wereld de zijn leraren duidelijk onderbetaald; het ongeluk van de leraren komt nog bij het ongeluk van de kinderen. Dat draagt bij aan de wederzijdse minachting van leraren en leerlingen. Nog steeds wordt het kind beschouwd als een object van socialisatie, niet als subject van zijn zelf-opvoeding. Het wordt nog niet erkend als iemand die recht heeft op vrije opvoeding en ontwikkeling, maar als iemand die verplicht is naar school te gaan. In werkelijkheid liggen de plichten bij de volwassenen; het kind staat vanaf de geboorte in zijn recht. Het in 1989 door bijna alle landen van de wereld ondertekende VN-verdrag voor de rechten van het kind is een uiting van dit nieuwe bewustzijn. De realisatie van de idealen die daarin worden uitgedrukt kunnen we slechts benaderen, als we in volle ernst erkennen wat Janusz Korczak gezegd heeft: "Het kind wordt niet pas een mens, het is een mens!" Het huidige debat over kindermisbruik heeft aan het licht gebracht dat in de te verafschuwen op zichzelf staande feiten een diepere laag van het leven aan de oppervlakte komt. Daarin vormt ongelouterd driftleven en egoïsme een gevaarlijk mengsel met de basale drijfveer van onze moderne beschaving overal bezit van te willen nemen. Gevolgen van deze diepere laag zijn onder andere de wereldwijd verbreide geweld-pedagogie, de stijl van de schoolgebouwen, de starheid van de lesroosters, kortom: het normale bedrijf van 'school'. Het kind als subject van uiteindelijk zijn eigen zelfopvoeding te erkennen is al moeilijk genoeg, maar dat is dan toch als idee in de mensheid gekomen. Een volgende stap in de transformatie is noodzakelijk. De richting daarvan volgt uit de volgende uitspraak van Rudolf Steiner: "Iedere opvoeding is zelfopvoeding, en we zijn eigenlijk als leraren en opvoeders alleen de omgeving voor het zichzelf opvoedende kind." De omgeving zo te vormen dat die in overeenstemming is met de eisen die de ontwikkeling van het kind stelt, dat vraagt van de volwassenen een enorme transformatie van hun denk- en leefgewoontes. De beschaving zou van de grond af opnieuw omgevormd moeten worden. Dit uitgangspunt zou menselijk zijn: leerkrachten en kinderen werken en leren samen. De kinderen van onze tijd accepteren de commandant niet meer, net zo min als ze kunnen accepteren de hele dag te veel van het dagelijks leven geïsoleerd te zijn door lesrooster en klaslokaal. In het best geval - of op zijn slechtst - geven ze toe. Vanaf 12 jaar beginnen ze zich te weer te stellen. De problemen die zich dan voordoen worden door de opvoeders als discipline-problemen opgevat. De waarheid is dat het kind van zich uit bezig wil zijn. Maar dat school in de huidige zin productief bezig zijn van kinderen verhindert. De wil van het kind is op activiteit uit. Daaraan ontlenen leerkrachten en opvoeders het programma van hun eigen zelfopvoeding. De door Rudolf Steiner gegrondveste Vrije-School-pedagogie is er in eerste instantie op gebaseerd dat de leraar een lerende is en niet persé de academisch opgeleide pedagoog. Vandaag kunnen we toevoegen: de leraar moet iemand zijn die werkt. Aan de andere kant: Waarom zijn de twee productieve werkende mensen-typen, de boeren en de ambachtslieden, uit het opvoedkundige proces verdwenen? De typische huidige leraar is inderdaad een mens die op kosten van de gemeenschap van productief werk vrijgesteld is om zich volledig te kunnen wijden aan het onderwijs voor de kinderen. Ook de kinderen zijn vrijgesteld van al het werk, om vrij te zijn om te leren. Deze omstandigheid moet zich in de huidige welgestelde landen, sinds kort, tot en met het 25e of zelfs 30e levensjaar uitstrekken. Dat de economie dat niet kan dragen, wordt langzaam zichtbaar. Dat het vanuit de daardoor opgewekte levensinstelling bijdraagt aan de vernietiging van de aarde, is pas een paar mensen duidelijk geworden. "School" vandaag de dag is dus het resultaat van de Centraal-Europese culturele processen van de afgelopen 250 jaar die geleid hebben tot de versplintering van de levensprocessen. Die versplintering komt heel pijnlijk tot uiting in het uiteenvallen van werken en leren, spel en werk, ambacht en onderwijs, jeugd en industriële samenleving, stedelijke beschaving en plattelandscultuur, enz. School is nu een plaats waar het kind vervreemd raakt van het leven. Haar evenementen zijn kunstmatig, en de resterende 'motivatie' van leerlingen is vaak niets meer dan een engagement door leerplicht, examens en toelatingseisen. Dit is een aanslag op de kindertijd, want het kind is een wezen van het nu. Het ervaart de zin van zijn bestaan direct geestelijk-zintuiglijk en ontleent die niet aan een voorgestelde toekomst of aan toekomstige voorrechten op basis van verworven vaardigheden. 2. Omvorming van de school Hoe zou "school" dus moeten zijn als zij een passende omgeving zou willen vormen voor de tegenwoordige kinderen? Novalis heeft in zijn fragment Pedagogie de richting getoond: "Onderwijs aan kinderen, net als opleiding van een leerling - niet via direct onderwijs - maar door geleidelijk deel te laten nemen aan activiteiten, enz. van de volwassenen." De volwassenen die opvoeden moeten bezig zijn! En niet direct met de opvoeding van kinderen, maar met voor het leven basale en vormende activiteiten. Waartoe natuurlijk ook lezen, schrijven, rekenen en zingen horen! En hoe leert de 'leerling'? In het eerste zevental jaren door nabootsing, in het tweede door nadoen. Dit creëert beelden van volwassenen die zinvol bezig zijn. Wat ze doen is waard om na te bootsen. Het kan ook nagebootst of nagedaan worden, omdat die bezigheden zich uitdrukken in zichtbare handelingen, in doelgerichte bewegingen van hun armen en benen. En de genialiteit van het kind, dat in de buurt van deze bezigheden opgroeit, bestaat daaruit dat het door het nabootsen en nadoen zijn zelfopvoeding beoefent. Dat noemen we eerst spelen, later oefenen. Na te bootsen activiteiten zijn er vooral op het gebied van landbouw, tuinbouw, ambachten en nijverheid, dus in die gebieden waar door het omvormen van substanties de elementaire "levensmiddelen" gemaakt worden en die helaas in het onderwijsveld 'school' niet voorkomen. Rudolf Steiner heeft ze tot op zekere hoogte in het pedagogische gebied ingevoerd; dat vormt vandaag de dag een van de kenmerken van Vrije School pedagogie. Juist in deze praktische gebieden echter komt de huidige mensheid sterker en sterker tot het bewustzijn dat de reductionistische kijk op de wereld en egoïstisch winstbejag tot de vernietiging van onze levensbehoeften voeren. Dat merken we aan de catastrofale gevolgen van de geïndustrialiseerde landbouw voor de bodem en het landschap, de bijen, de kwaliteit van het voedsel, enz. Dat zien we ook aan het lijden van onze dieren, de achteruitgang van de bossen. Vernietiging van ecosystemen en de dreiging van klimaatverandering maken ons wakker en roepen ons op tot nieuwe actie. Hier rijgen zich de ideeën aaneen: de volwassenen bekommeren zich weer om de aarde, nemen afscheid van winstoptimalisering en bio-industrie; het respect voor onze medewezens - die bereid zijn om ons te dienen - bepaalt onze maatregelen. En zij nemen de kinderen hierin mee! Ze stoppen ze niet weg in kleuterscholen, kinderdagverblijven, klaslokalen, maar ze werken met hen samen. De kleintjes al spelend, de groteren steeds meer aan de bezigheden van volwassenen deelnemend, zoals Novalis schreef. Daar ontdekken we de behoefte aan een nieuw "curriculum". We zien een nieuwe beoordeling van de schoolvakken in hoofd- en bijvakken. Daar worden de wereldwijd heilige huisjes foutloos lezen en schrijven, literatuur en wiskunde op een lijn gesteld met nieuwe hoofdvakken zoals tuinieren en timmeren. Een ideale plek voor een dergelijk onderwijs-omgeving, zou natuurlijk het nieuwe agrarisch bedrijf zijn. Het zou radicaal moeten worden omgevormd en vernieuwd om een "volledige omgeving" (Goethe, Pädagogische Provinz) voor het zichzelf opvoedende kind te vormen en tegelijkertijd de mensen die daar wonen en werken te voeden.1) Hier is niet een "schoolboerderij" bedoeld, maar een gemeenschap van werkende mensen die door biologisch-dynamische landbouw te beoefenen zich willen wijden aan het herstel van de jeugdkrachten van de aarde. Dus niet een rechtstreekse opvoeding van het kind, die Novalis afraadt, maar het meenemen van het kind in deze omgeving vol activiteiten; een mee laten leven en mee laten werken van het kind in de wilsstroom van de volwassenen. En het "klaslokaal" hoort bij deze omgeving, maar in een gewijzigde vorm. Buiten- en binnenruimtes vormen samen een complete omgeving. Hoe dit in detail vormgegeven kan worden hangt af van vele lokale omstandigheden. Dat kan hier niet uitgewerkt worden. Het is duidelijk dat hierbij alleen in een bepaalde richting kan worden gewezen waar het ideaal te vermoeden en te zoeken zou zijn. Het zou getuigen van gebrekkige werkelijkheidszin te verwachten dat de biologisch-dynamische landbouw ook nog kan de pedagogie kan redden. Twee gedachten brengen ons verder: 1. "De Boerderij" zou een ideale omgeving zijn, maar is geen voorwaarde. "School" heeft zich vooral in een stedelijke omgeving ontwikkeld en moet dus in essentie binnen de stedelijke samenleving veranderd worden. De stedelijke samenleving moet zelf, zoals ik al zei, totaal omgevormd worden. Dat kan slechts lukken door een volkomen nieuwe vorm van opvoeding van de kinderen en zeker alleen in een decennia-, of zelfs een eeuwenlang proces. 2. Onder de huidige politieke, sociale en culturele omstandigheden van de meeste landen in de wereld valt aan een effectieve wisseling van het pedagogische paradigma alleen te denken, wanneer men bereid is om de verandering van "school" in een leerplek, waar de kinderen tot echte toekomstvaardigheid opgroeien, eerst op kleine schaal voor te stellen.
1) Een dergelijke ingrijpende herstructurering van de landbouw met betrekking tot gezonde voeding, duurzaamheid van het milieu, prive-eigendom van grond, mechanisatie, marketing enz. werd inderdaad gestart door de wereldwijde beweging van de biologisch-dynamische landbouw. De zoektocht naar hedendaagse vormen van gemeenschap is te vinden in CSA (Community Supported Agriculture). 3. Small is Beautiful, Klein is mooi Wat de mens in zijn eerste jaren leert - en hoe hij het leert - is voor het vormen van de levensloop van bijzonder belang. Wij willen de eerste drie jaar van het leven buiten beschouwing laten, omdat we ieder kind op aarde toewensen, om op zijn minst deze eerste levenfase op te groeien binnen de zorg van een familie. Het feit dat deze wens voor honderdduizenden kinderen niet vervuld wordt, wijst op een ander probleemgebied, dat echter in de context van deze overwegingen niet ook kan worden behandeld. Het doel is hier een beeld te scheppen van een leerplek waar het kind van het 4e tot en met 10e levensjaar kan leven, bloeien en gedijen. Een schets van "school" te maken waarin drie jaar kleuterschool en vier jaar "schooltijd" een continuüm van zeven jaar vormen. Aan het einde van deze ontwikkelingsfase heeft het kind een stadium bereikt waarin het in de zin van het moderne salutogenese onderzoek over een basale "standaard uitrusting" beschikt met de vaardigheden van coherentie (emotionele verbondenheid met de wereld) en veerkracht (kracht op weerstand in te gaan en die te overwinnen). Het kind heeft op dit moment, in de antroposofische antropologie met de beeldende uitdrukking "Rubicon" aangeduid, als het ware zijn individuele biologische, psychologische en geestelijke gezondheid opgebouwd. Die zal voor hem de voedingsbodem worden waarop het de crises van de volgende jaren en van het leven op zich aan kan. Als het kind zich op zijn minst tot het geschetste tijdstip ontwikkelt in een sfeer die "de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid' toelaat en mogelijk maakt, zoals het basisprincipe vereist, dan is het voor de komende uitdagingen goed toegerust. Binnen de periode die drie kleuterschooljaren en vier schooljaren omvat, hoeft het leerproces nog niet gestuurd te worden landelijke prestatienormen. Het is denkbaar dat de kinderen in het 4e schooljaar in hun prestatieniveau door een goede voorbereiding aansluiting vinden bij de dan geldende landelijke eisen, zodat ze dan zo gemakkelijk mogelijk naar een of andere school die wordt aangeboden, kunnen overstappen. (In veel landen is er zelfs de mogelijkheid van "home schooling" voor de lagere school periode.) Ten minste de eerste drie jaar van de "school" zouden helemaal vrij vormgegeven kunnen worden, de drie jaar voor de schoolrijpheid sowieso. De 7-jarige periode, waar we hier de blik op richten, zou zuiver op basis van ontwikkelingspsychologische en pedagogische criteria ingericht kunnen worden. Vooral in de overgangsperiode van de kleuterschool naar de "schooltijd", kan met de individuele ontwikkelingskenmerken van elk kind op zich rekening gehouden worden. Zodoende zou een structuur gecreëerd worden waarmee het probleem van het al vroeg naar school gaan, wat inderdaad in de hele wereld wordt bevorderd, op zijn minst iets kan worden verzacht. Aan de leerplicht wordt voldaan, de pedagogische maatregelen zijn echter in detail vrij te bepalen. Op veel plekken in de wereld, waar de sociale, economische of culturele voorwaarden voor de ontwikkeling van een, misschien zelfs meerlagig school systeem door de staat ongunstig zijn, zouden dergelijke kleine "scholen" met relatief weinig middelen opgericht kunnen worden. Niet alle opvoeders en leerkrachten hoeven een universitaire opleiding te hebben. Er worden voor een deel totaal andere vaardigheden gevraagd dan op universiteiten en lerarenopleidingen worden verworven. Je hoeft niet te denken aan grote, dure schoolgebouwen. Geen groot lerarencollege dat tot aan uitputting toe worstelt, met haar eigentijdse groepsdynamische conflicten. Financiering, organisatie en administratie zijn te overzien enz. In een woord: Small is Beautiful - naar de wereldberoemde titel van het boek van E. F. Schumacher uit 1973. In sommige landen - vooral in het zuidelijk halfrond - zet het huidige onderwijsbeleid voort wat het kolonialisme deed dat we dachten overwonnen te hebben: het implanteren van de Europees/Amerikaanse denk- en levenswijze in de jonge zielen van de weliswaar politiek bevrijde, maar vaak in hun identiteit zwaar geschokte volkeren. De elites van deze naties sturen hun kinderen naar internationale scholen of naar de internaten van hun vroegere "meesters". De basisscholen worden totaal onvoldoende uitgerust. Ze vormen de inhoud van het onderwijs in veel gevallen naar normen van Europese lesroosters, die zoals bekend hun "verborgen leerplan" meenemen. Daarvan is het wereldbeschouwelijke karakter vaak net zo ver verwijderd van modern wetenschappelijk begrip als van de nog levende wijsheid van de nog traditioneel geleide volken. Een bijdrage tot de opbouw van een nieuwe identiteit is alleen mogelijk door bezinning op de eigen culturele en religieuze wortels, op de eigen taal, op het omringende landschap, etc. Maar dit is onder de huidige omstandigheden alleen mogelijk voor de eerste jaren van het schoolbezoek, omdat te sterke conflicten met de onderwijsautoriteiten van het betreffende land moeten worden vermeden. Want in de hogere leerjaren gaat het er steeds meer om de leerlingen aan te passen aan het tegenwoordig geldige sociale maatschappelijke systeem waar ze in op dienen te groeien. Daarvoor hebben de autoriteiten te zorgen. Ook deze opvatting pleit ervoor het beeld van een kleine school te ontwerpen. 4. Basic School In die 7 jaar gaat het om het magelijk maken van de kindertijd, de opbouw van de persoonlijke gezondheid, het fundament van een algemene vorming en het zich eigen maken van arbeid. De Vrije School peadagogie, die zich sinds 90 jaar over de wereld verbreidt, werkt, uitgaande van de antroposofische menskunde van Rudolf Steiner, aan de antropologische en methodische basis voor deze opdracht. Naast de ontwikkeling van de intelligentie en de emotionele ontwikkeling van het kind krijgt de ontwikkeling van zijn wil speciale aandacht. In de zin van de hier vertegenwoordigde activiteiten-pedagogie toont ook de Vrije School haar behoefte aan ontwikkeling. Met het oog op de behoeften van de kinderen en geleid door de vraag: "Wat moeten de kinderen van vandaag over 30 jaar kunnen?" komen opgaven in beeld in de richting die wordt weergegeven in hoofdstuk 2. Pedagogische inhoud en methoden van de midden- en bovenbouw te veranderen, stuit op zeer grote moeilijkheden, waarop al gewezen werd. De eerste vier schooljaren en de kleuterschool zijn, zoals aangetoond, het gemakkelijkste om te vormen. De volledige schoonheid en diepte van het Vrije School-onderwijs ontvouwt zich al in de eerste vier schooljaren. Spel en werk gaan naadloos in elkaar over, de levensthema's openbaren zich in beelden, kinderen en leerkrachten werken samen aan het vormen van een lots-gemeenschap, waar geen sprake is van concurrentie, maar wederzijdse hulpvaardigheid wordt geoefend. Overal in de 6e klas beginnen nieuwe problemen, omdat de relatie van het kind tot de wereld en de andere mensen zich in het 12e levensjaar constitutioneel verandert. Basis school zou dus ook tot de 5e klas verlengd kunnen worden, afhankelijk van de mogelijkheden van de plaats en de mensen. Voor het werk in de 6e Schooljaar, echter zouden volledig nieuwe didaktische en methodische richtlijnen bepalend zijn. Om deze reden wordt Basic School tot 4, ten hoogste 5 schooljaar beperkt. Tot het geheel van dit type school behoren, zoals gezegd, de drie voorgaande jaren van de kleuterschool, dat wil zeggen 7 respectievelijk 8 jaar in totaal. We hebben dus een beeld van een minimale vorm van 'school' voor ogen, dat een compleet pedagogisch aanbod voor kinderen tussen 4 en 10 jaar biedt. Dat gaat niet om een onderdeel van een normale school, om "slechts" de onderbouw, maar om een volledig instituut, dat wil zeggen het ter beschikking stellen van een leerplek voor de kinderen van de betreffende leeftijd. Zoiets kan worden ontwikkeld met relatief weinig inspanning en kosten. De verantwoordelijkheid voor de mogelijkheid voor verdere opleiding van het individuele kind kan alleen in de handen gelegd worden van degenen die daar de middelen voor opbrengen. Om deze vorm van Basic School te kunnen bedenken, moet je het ideaal van de 12-jarige Vrije School loslaten, en je erop bezinnen welke krachten en vaardigheden in de escalerende crisis van de kindertijd sowieso beschikbaar zijn. De kleine "scholen" zouden de kiemen kunnen worden voor geheel nieuwe leerplekken, waar ons nu nog de fantasie voor ontbreekt om die gedetaileerd voor te stellen. We willen toevluchtsoorden scheppen voor de kinderen en daarmee voor het vermogen van de menselijke verbeelding.
|
|
Landleren
- Basic School
- Kindertijd redden
- Contact
|