|
|
|
Rekenen oefenen met rekenoefeningen: Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen,
delen, machtsverheffen, worteltrekken. Alle bewerkingen, op elk niveau.
Auch auf Deutsch: Radizieren!
Uitleg Worteltrekken: wortelberekeningen, de iteratieve methode
Lees eerst de
uitleg over worteltrekken.
Wat is √ 30 ?? 5 is te klein (want 5 x 5 = 25), 6 is te groot (want 6 x 6 = 36).
√ 30 zit dus ergens tussen 5 en 6 in.
Neem als eerste schatting een getal tussen 5 en 6. Bijvoorbeeld 5,5 .
Ga nu na door een deling te maken hoe ver je schatting klopt.
30 : 5,5 = 5,454...
√ 30 zit dus ergens tussen 5,454 en 5,5 in.
Maak nu een nieuwe schatting
tussen 5,454 en 5,5 in, bijvoorbeeld 5,47. Ook deze schatting kun je weer controleren.
30 : 5,47 = 5,484...
√ 30 zit dus ergens tussen 5,47 en 5,484 in.
Dit schatten en controleren kun je herhalen tot je de wortel nauwkeurig genoeg berekend hebt.
Deze methode om wortels zelf te berekenen noem je de iteratieve methode. Itteratief wil zo ongeveer
zeggen dat je door steeds ergens tussenin te gaan zitten steeds dichter bij de uitkomst komt.
Er bestaat ook een variant op de staartdeling waarmee je wortels kunt berekenen: het gebruik van een algoritme.
Een algoritme is een strakke gebruiksaanwijzing om iets uit te rekenen. Wanneer je het precies volgt werkt het altijd.
Kijk daarvoor op de pagina:
Wortels berekenen met het wortelalgoritme.
Of kijk in het overzicht worteltrekken
|