Rekenen oefenen met rekenoefeningen: Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen,
delen, machtsverheffen, worteltrekken. Alle bewerkingen, op elk niveau.
Auch auf Deutsch: Rechnen mit Brüchen!
Breuken oefenen, overzicht oefeningen en uitleg
Op www.rekenlessen.nl zijn veel rekenoefeningen en uitleg over rekenen met breuken te vinden.
Onderstaand overzicht wijst je de weg.
Je leert het rekenen met breuken door de opgaven met
breuken te oefenen. Je kunt zo veel breuken oefenen als je zelf wilt, op alle niveaus, voor
alle bewerkingen. Bij elke som die je maakt krijg je de complete uitleg te zien!
Uitleg breuken oefenen
Rekenoefeningen: Breuken oefenen
Let op! Bij alle oefensommen met breuken krijg je bij het antwoord de complete berekening te zien.
Dat is misschien nog wel de beste uitleg voor het rekenen met breuken!
- maak je eigen opgaven
- breuken optellen, basis opgaven
- breuken optellen, hogere getallen
- breuken optellen, met helen erbij
- breuken aftrekken
- breuken aftrekken, hogere getallen
- breuken aftrekken, met helen erbij
- breuken vermenigvuldigen
- breuken vermenigvuldigen, hogere getallen
- breuken vermenigvuldigen, met helen erbij
- breuken delen
- breuken delen, hogere getallen
- breuken delen, met helen erbij
- breuken vereenvoudigen, bereken de teller eenvoudige opgaven
- breuken vereenvoudigen, bereken de noemer eenvoudige opgaven
- breuken vereenvoudigen, bereken de teller en de noemer eenvoudige opgaven
- breuken vereenvoudigen, bereken de teller moeilijke opgaven
- breuken vereenvoudigen, bereken de noemer moeilijke opgaven
- breuken vereenvoudigen, bereken de teller en de noemer moeilijke opgaven
Voor het maken van rekenoefeningen met breuken is het belangrijk dat je de basisbewerkingen van het rekenen
goed beheerst. De basisbewerkingen van het rekenen zijn:
Optellen,
Aftrekken,
Vermenigvuldigen en
Delen.
Rekenoefeningen met breuken zijn eigenlijk niet moeilijker dan het maken van een aantal sommen achter elkaar,
in een vaste volgorde. Als je de uitleg voor het oefenen van breuken goed leest en de oefeningen vaak maakt ben jij straks
een kei in het rekenen met breuken. Veel breuken oefenen is de beste stap daar naar toe!
Breuken Oefenen
Voor het begrijpen van de uitleg over het rekenen met breuken moet je de volgende termen goed kennen:
- Teller van een breuk
- Het getal dat boven de breukstreep staat.
Bijvoorbeeld: bij
5/7
is de teller 5.
- Noemer van een breuk
- Het getal dat onder de breukstreep staat
Bijvoorbeeld: bij
5/7
is de noemer 7.
- Het omgekeerde
- Het omgekeerde van een breuk is de breuk die je krijgt door teller en noemer te verwisselen.
Het omgekeerde van een breuk gebruik je bij
deelsommen met breuken
Bijvoorbeeld: het omgekeerde van
5/7
is
7/5
en dat is
12/7
Breuken oefenen is breuken leren. Door veel te oefenen ga je steeds beter rekenen.
Je kunt elke rekenopgave direct nakijken. Heb je een fout gemaakt, dan krijg je bij het
nakijken van de rekenopgave te zien hoe je hem had moeten maken.
Zo leer je snel van je fouten hoe je de sommen met breuken moet maken.
De rekenoefeningen in de afdeling Breuken Oefenen van rekenlessen.nl zijn geschikt voor leerlingen van de
basisschool én ook voor leerkrachten die hun eigen rekenvaardigheid met breuken
willen verbeteren.
Breuken Oefenen concreet gemaakt
Wat is een breuk?
Een breuk is eigenlijk een manier om de uitkomst van een
Deelsom op te schrijven.
5/7 is de uitkomst van 5 gedeeld door 7.
Hoe groot is dat dan?
Om te weten hoe groot iets is moet je eerst bepalen wat je maat is. Vergelijk je het met de lengte van je schoen,
met de hoogte van een huis, met de hoeveelheid kastanjes die in een boterhamzakje passen?
Of heb je het over 5/7 deel van een slagroomtaart? Dan ga je dus vijf slagroomtaarten met zijn zevenen
verdelen? Of bedoel je dat je één slagroomtaart in zeven verdeelt en dat je er vijf stukken van wilt hebben?
Als je 5/7 deel van een slagroomtaart wilt afpassen, dan zou je de taart
in 7 gelijke stukken kunnen snijden (dat is trouwens nog best wel lastig) en vervolgens mag je dan 5 stukken
pakken. Zo groot is dat dan.
Heb je het alleen over getallen waarmee je wilt rekenen, dan is 1 de maat. Deel je dat bijvoorbeeld in vieren , dan heb je vier
keer een kwart. Als breuk geschreven:
1 = 4 x 1/4. Het getal voor de breukstreep / noem je de teller. (Denk aan tellen, je telt
hoeveel stukjes je hebt.) Het getal na de breukstreep noem je de noemer (je noemt de maat van het deel dat je hebt,
bijvoorbeeld een "vierde" deel).
De grootte van verschillende breuken is het beste te vergelijken door
de
breuken gelijknamig te maken.
Breuken zijn gelijknamig als ze dezelfde noemer hebben.
Ook door de breuken
als tiendelige breuk te schrijven kun je de grootte van twee breuken goed vergelijken.
Wat is groter:
4/5 of
5/7 ?
Dat is nog wel lastig om direct te zien. Je kunt het beredeneren, maar je kunt het ook uitrekenen door de twee breuken
gelijknamig te maken.
4/5 = 7x4/7x5 = 28/35
5/7 = 5x5/5x7 = 25/35
Dan zie je het direct.
5/7 is 3/35 kleiner dan 4/5.
Kettingbreuken
Weet je dat er ook kettingbreuken bestaan? Dat zijn breuken waar in de noemer nog weer een breuk voorkomt.
Als je die uit wilt gaan rekenen moet je onderaan beginnen en steeds 'delen door een breuk'.
Voorbeeld
Hoe groot is
4/12/3
We beginnen onderaan: 12/3 is 5/3
De kettingbreuk betekent dus dat we 4 moeten delen door 5/3
Dat is hetzelfde als 4 met 3/5 vermenigvuldigen.
4 x 3/5 = 4 x 3/5 =
12/5 = 22/5
Als je dit wilt controleren krijg je een leuke verrassing:
22/5 x 12/3 =
12/5 x 5/3 =
12 x 5/5 x 3 =
60/15 = 4
Grappig (maar wel logisch) dat de vermenigvuldiging van deze twee breuken precies op een heel getal uitkomt!!!
Je kunt zelf twee breuken vinden die bij het vermenigvuldigen op een heel getal uitkomen: verzin zelf een kettingbreuk
en reken die uit!
|